Translation of "decently" into Dutch
behoorlijk, fatsoenlijk, netjes are the top translations of "decently" into Dutch.
decently
adverb
grammar
In a decent manner; . [..]
-
behoorlijk
adverbIt's a pretty decent drive, so we should probably head off soon, like tonight.
Het is een behoorlijke rit, we moeten vanavond al vertrekken.
-
fatsoenlijk
adverbBut the article didn’t highlight even the possibility of finding a decent concert.
Maar in het artikel werd niet eens van de mogelijkheid een fatsoenlijk concert te vinden gerept.
-
netjes
adverbYou're about as sharp as a bag of wet hair, but you're a decent guy.
Je bent niet bepaald een groot licht, maar wel een nette vent.
-
Less frequent translations
- naar behoren
- betamelijk
- keurig
- decent
- ordentelijk
- passend
- eigenlijk
- op geschikte wijze
- louter
- respectabel
- juist
- eerlijk
- net
- welvoeglijk
- gevoeglijk
- pal
- puur
- exact
- zuiver
- precies
- op de juiste wijze
-
Show algorithmically generated translations
Automatic translations of "decently" into Dutch
-
Glosbe Translate
-
Google Translate
Phrases similar to "decently" with translations into Dutch
-
aangekleed · aannemelijk · achtbaar · achtenswaardig · behoorlijk · beleefd · beschaafd · betamelijk · bruikbaar · correct · decent · degelijk · deugdelijk · deugdzaam · doelmatig · eerbaar · fatsoenlijk · gekleed · gemakkelijk · gepast · geschikt · ingetogen · integer · keurig · menswaardig · naar behoren · netjes · ordentelijk · passend · redelijk · respectabel · significant · substantieel · toepasselijk · toonbaar · voegzaam · welgemanierd · welopgevoed · welvoeglijk
-
aangekleed · aannemelijk · achtbaar · achtenswaardig · behoorlijk · beleefd · beschaafd · betamelijk · bruikbaar · correct · decent · degelijk · deugdelijk · deugdzaam · doelmatig · eerbaar · fatsoenlijk · gekleed · gemakkelijk · gepast · geschikt · ingetogen · integer · keurig · menswaardig · naar behoren · netjes · ordentelijk · passend · redelijk · respectabel · significant · substantieel · toepasselijk · toonbaar · voegzaam · welgemanierd · welopgevoed · welvoeglijk
-
aangekleed · aannemelijk · achtbaar · achtenswaardig · behoorlijk · beleefd · beschaafd · betamelijk · bruikbaar · correct · decent · degelijk · deugdelijk · deugdzaam · doelmatig · eerbaar · fatsoenlijk · gekleed · gemakkelijk · gepast · geschikt · ingetogen · integer · keurig · menswaardig · naar behoren · netjes · ordentelijk · passend · redelijk · respectabel · significant · substantieel · toepasselijk · toonbaar · voegzaam · welgemanierd · welopgevoed · welvoeglijk
Add example
Add