Translation of "decrease" into Dutch

verminderen, afnemen, afname are the top translations of "decrease" into Dutch.

decrease verb noun grammar

(intransitive) Of a quantity, to become smaller. [..]

+ Add

English-Dutch dictionary

  • verminderen

    verb

    make smaller [..]

    If they'd rather die, then they'd better do it, and decrease the surplus population.

    Als ze liever sterven, kunnen ze dat beter doen, en de overbevolking verminderen.

  • afnemen

    verb

    become smaller [..]

    Emissions from waste will continue to decrease while those from solvents and other sectors will increase.

    De uitstoot van afval zal verder afnemen, terwijl die van oplosmiddelen en andere sectoren zal toenemen.

  • afname

    noun feminine

    Een hoeveelheid waarmee een kwantiteit is afgenomen. [..]

    Increase (decrease) in amounts owed to Community bodies

    Toename (afname) van de schulden aan de communautaire organen

  • Less frequent translations

    • vermindering
    • verlagen
    • verkleinen
    • afdraaien
    • inkorten
    • afslag
    • dalen
    • daling
    • verlaging
    • slinken
    • teruggang
    • inkrimping
    • reduceren
    • reductie
    • korting
    • minderen
    • kleiner worden
    • inkrimpen
    • afneming
    • tanen
    • besnoeiing
    • verflauwen
    • afslaan
    • minder worden
    • achteruitgang
    • verkleining
    • beperken
    • trekken
    • bekorten
    • val
    • vereenvoudigen
    • herleiden
    • afbreken
    • verzakking
    • vereenvoudiging
    • degeneratie
    • excerperen
    • verootmoedigen
    • verootmoediging
    • neerlaten
    • rabat
    • kleinering
    • verflauwing
    • verderven
    • debâcle
    • zetting
    • afkammen
    • herleiding
    • kleinmaken
    • degradatie
    • resumeren
    • ruïneren
    • rampspoed
    • kleineren
    • verwording
    • ontaarding
    • vernedering
    • tegenspoed
    • neerhalen
    • aflaten
    • afkorten
    • vernederen
    • strijken
    • ondergang
    • verval
    • samenvatten
    • vellen
    • zetten
    • afgeven op
    • een streep trekken
    • in discrediet brengen
    • laten zakken
    • te gronde richten
    • ten val brengen
    • terugval
    • afzwakken
    • bezuinigen
    • besnoeien
    • matigen
    • besparen
    • degraderen
  • Show algorithmically generated translations

Automatic translations of "decrease" into Dutch

  • Glosbe

    Glosbe Translate
  • Google

    Google Translate

Images with "decrease"

Phrases similar to "decrease" with translations into Dutch

Add

Translations of "decrease" into Dutch in sentences, translation memory