Translation of "deduct" into Dutch
aftrekken, rissen, ritsen are the top translations of "deduct" into Dutch.
deduct
verb
grammar
To take one thing from another; remove from; make smaller by some amount. [..]
-
aftrekken
verbTo take one thing from another.
No deduction shall be made in respect of auxiliary machines driven by the engine.
Voor door de motor aangedreven hulpmachines wordt niets afgetrokken.
-
rissen
-
ritsen
verb noun
-
Less frequent translations
- afhalen
- wegnemen
- inhouden
- korten
- afnemen
- weghalen
- aftellen
- afpakken
- afsteken
- afsnijden
- besluiten
- afschrijven
- in mindering brengen
-
Show algorithmically generated translations
Automatic translations of "deduct" into Dutch
-
Glosbe Translate
-
Google Translate
Phrases similar to "deduct" with translations into Dutch
-
hypotheekrenteaftrek
-
hypotheekrenteaftrek
-
deductie
-
eigen risico
-
hypotheekrenteaftrek
-
afdoen · aftrekken
-
Eigen risico · aftrekbaar · aftrekpost
-
afleiding · afmatting · aftrek · aftrekking · apathie · bedroefdheid · conclusie · consternatie · deductie · dofheid · droefgeestigheid · gevolgtrekking · inhouding · korting · loomheid · lusteloosheid · matheid · melancholie · mistroostigheid · moedeloosheid · moeheid · ontsteltenis · slapheid · slapte · somberheid · stilstand · traagheid · vadsigheid · verbijstering · vermoeidheid · vermoeienis · verslagenheid · voorheffing · weemoed · wezenloosheid · zwaarmoedigheid
Add example
Add