Translation of "demonstrate" into Dutch
demonstreren, aantonen, bewijzen are the top translations of "demonstrate" into Dutch.
To display the method of using an object. [..]
-
demonstreren
verbto display the method of using an object [..]
The teacher demonstrated many physics experiments.
De leraar demonstreerde veel natuurkundige experimenten.
-
aantonen
verbDe de gebruiksmethode van een voorwerp tonen. [..]
I don't know how to demonstrate it, since it's too obvious!
Ik weet niet hoe ik dat moet aantonen, zo vanzelfsprekend is het!
-
bewijzen
verbDe de gebruiksmethode van een voorwerp tonen. [..]
This demonstration may be performed by presenting to the approval authorities such elements as algorithms, functional analyses, etc.
Dit bewijs kan worden geleverd door de typegoedkeuringsinstanties elementen zoals algoritmen, functionele analysen enz. over te leggen.
-
Less frequent translations
- vertonen
- betogen
- tonen
- aanwijzen
- laten zien
- uitwijzen
- tentoonspreiden
- wijzen
- aangeven
- uitduiden
- tentoonstellen
- aanduiden
- laten blijken
- staven
- manifesteren
- uiteenzetten
- kenmerken
- tekenen
- kiezen
- merken
- uitkiezen
- uitpikken
- uitlezen
- verkiezen
- uitzoeken
- een teken geven
- getuigen
- belichten
- uitstallen
- illustreren
- uiten
- adstrueren
- waarmaken
- certificeren
- voordoen
- betonen
- veraanschouwelijken
- vaststellen
- showen
- voor doen
-
Show algorithmically generated translations
Automatic translations of "demonstrate" into Dutch
-
Glosbe Translate
-
Google Translate
Images with "demonstrate"
Phrases similar to "demonstrate" with translations into Dutch
-
bijvoegelijk aanwijzend voornaamwoord
-
betoging · betoog · bewijs · bewijs door redenering · demo · demonstratie · manifestatie · protestmars · vertoning
-
Aanwijzend voornaamwoord · aanschouwelijk · aanwijzend · aanwijzend voornaamwoord · betekenisvol · demonstratief
-
aanwijzend voornaamwoord · demonstratief pronomen
-
aantoonbaar · aanwijsbaar · apert · bewijsbaar · duidelijk · evident · kennelijk · klaar · klaarblijkelijk · uitgesproken · vanzelfsprekend · voor de hand liggend
-
aantoonbaar
-
actievoerder · activist · assistent · betoger · demonstrant · manifestant · wijsvinger
-
aangetoond