Translation of "denouncer" into Dutch

aanbrenger is the translation of "denouncer" into Dutch.

denouncer noun grammar

One who, or that which, denounces. [..]

+ Add

English-Dutch dictionary

  • aanbrenger

    noun
  • Show algorithmically generated translations

Automatic translations of "denouncer" into Dutch

  • Glosbe

    Glosbe Translate
  • Google

    Google Translate

Phrases similar to "denouncer" with translations into Dutch

  • aan de kaak stellen · aanbrengen · aangeven · aanklagen · aankondigen · afkeuren · afleveren · bedriegen · bekendmaken · beschuldigen · bestellen · betichten · doemen · hekelen · in de steek laten · klikken · laten varen · leveren · misleiden · opzeggen · toevoeren · vergeven · verklappen · verklikken · verlaten · veroordelen · verraden · weggeven · wegschenken
  • aanklacht
  • aanbrengen · aangeven · aanklagen · afkeuren · beschuldigen · opzeggen
  • aan de kaak stellen · aanbrengen · aangeven · aanklagen · aankondigen · afkeuren · afleveren · bedriegen · bekendmaken · beschuldigen · bestellen · betichten · doemen · hekelen · in de steek laten · klikken · laten varen · leveren · misleiden · opzeggen · toevoeren · vergeven · verklappen · verklikken · verlaten · veroordelen · verraden · weggeven · wegschenken
  • aan de kaak stellen · aanbrengen · aangeven · aanklagen · aankondigen · afkeuren · afleveren · bedriegen · bekendmaken · beschuldigen · bestellen · betichten · doemen · hekelen · in de steek laten · klikken · laten varen · leveren · misleiden · opzeggen · toevoeren · vergeven · verklappen · verklikken · verlaten · veroordelen · verraden · weggeven · wegschenken
Add

Translations of "denouncer" into Dutch in sentences, translation memory