Translation of "depravity" into Dutch
schanddaad, verdorvenheid, ontaarding are the top translations of "depravity" into Dutch.
depravity
noun
grammar
(uncountable) The state or condition of being depraved; moral debasement. [..]
-
schanddaad
noun m;f masculine;feminineA particular depraved act or trait
-
verdorvenheid
Not for nothing has she made a comprehensive study of depravity.
Ze heeft niet voor niks kennis gemaakt met de verdorvenheid.
-
ontaarding
nounThe psychology of depravity was far more compelling to my Manichaean imagination... than a portrait ofbenevolence.
De psychologie van ontaarding spreekt me meer aan... dan een beeld van goedheid.
-
Less frequent translations
- bederf
- zedenbederf
-
Show algorithmically generated translations
Automatic translations of "depravity" into Dutch
-
Glosbe Translate
-
Google Translate
Phrases similar to "depravity" with translations into Dutch
-
bederf
-
afbreken · afdraaien · afgeven op · afkammen · aflaten · bederven · een streep trekken · herleiden · in discrediet brengen · inkorten · inkrimpen · kleineren · kleinmaken · laten zakken · neerhalen · neerlaten · reduceren · ruïneren · strijken · te gronde richten · ten val brengen · trekken · vellen · verderven · vereenvoudigen · verlagen · verminderen · vernederen · verootmoedigen · zetten
-
abominabel · afgrijselijk · afschuwelijk · bedorven · gemeen · ijselijk · immoreel · infaam · laag · laaghartig · laf · nietswaardig · onguur · ontaard · onzedelijk · ploertig · rottig · schunnig · verachtelijk · verdorven · verfoeilijk · vuig · zedeloos · zedenkwetsend
-
abominabel · afgrijselijk · afschuwelijk · bedorven · gemeen · ijselijk · immoreel · infaam · laag · laaghartig · laf · nietswaardig · onguur · ontaard · onzedelijk · ploertig · rottig · schunnig · verachtelijk · verdorven · verfoeilijk · vuig · zedeloos · zedenkwetsend
-
afbreken · afdraaien · afgeven op · afkammen · aflaten · bederven · een streep trekken · herleiden · in discrediet brengen · inkorten · inkrimpen · kleineren · kleinmaken · laten zakken · neerhalen · neerlaten · reduceren · ruïneren · strijken · te gronde richten · ten val brengen · trekken · vellen · verderven · vereenvoudigen · verlagen · verminderen · vernederen · verootmoedigen · zetten
Add example
Add