Translation of "depressant" into Dutch
kalmeringsmiddel, sedatief, kalmerend middel are the top translations of "depressant" into Dutch.
(pharmacology) A pharmacological substance which decreases neuronal or physiological activity. [..]
-
kalmeringsmiddel
nounEen middel dat de opgewondenheid vermindert en een persoon kalmeert.
I don't know why they say alcohol's a depressant.
Ik weet niet waarom ze zeggen dat alcohol een kalmeringsmiddel is.
-
sedatief
Een middel dat de opgewondenheid vermindert en een persoon kalmeert.
It's a depressant that causes delirium in the presence of pain.
Een sedatief dat een delirium veroorzaakt als je pijn hebt.
-
kalmerend middel
Een middel dat de opgewondenheid vermindert en een persoon kalmeert.
Get God's help through science and take some anti-depressants.
Roep de wetenschappelijke hulp in van God en neem een paar kalmerende middelen.
-
Show algorithmically generated translations
Automatic translations of "depressant" into Dutch
-
Glosbe Translate
-
Google Translate
Phrases similar to "depressant" with translations into Dutch
-
afbreken · afhakken · afhouwen · afkappen · afleggen · aflopen · afslachten · bedaren · bevangen · de moed ontnemen · delven · deprimeren · doden · doodmaken · doodschieten · doorgaan · drukken · fnuiken · fusilleren · gaan door · geruststellen · kalmeren · kappen · kleinmaken · neerdrukken · neerhalen · neerkomen · neerslachtig maken · neervellen · ombrengen · omhakken · omkappen · ontmoedigen · opduikelen · opgraven · overwinnen · putten uit · rooien · slachten · slopen · terneerdrukken · uitgraven · uitputten · vellen · vernederen · verootmoedigen · verslaan · verzwakken · winnen · wippen · zegevieren
-
bedrukt · betrokken · bewolkt · depressief · depri · donker · down · droefgeestig · dronken · duister · gedeprimeerd · gedrukt · melancholiek · mistroostig · moedeloos · naargeestig · neerslachtig · somber · terneergeslagen · triestig · troosteloos · weemoedig · zwaarmoedig
-
ingezonken hoed
-
Kaspische Laagte
-
bedroevend · deerlijk · deerniswekkend · deprimerend · droef · droevig · moeilijk · moeitevol · moeizaam · ontmoedigend · pijnlijk · smartelijk · somber · treurig · triest · zeer · zuur · zwaar