Translation of "diminishing" into Dutch

vermindering, afnemend, tanend are the top translations of "diminishing" into Dutch.

diminishing adjective noun verb grammar

Present participle of diminish. [..]

+ Add

English-Dutch dictionary

  • vermindering

    noun

    It should've been five years for manslaughter, with diminished.

    Had vijf moeten zijn voor moord, met vermindering.

  • afnemend

    particle

    The Commission acknowledges that the importance of trade barriers is diminishing over time.

    De Commissie geeft toe dat het belang van handelsbelemmeringen in de loop der tijd steeds verder afneemt.

  • tanend

    noun

    Society's hysteria, which was particularly marked in Germany, is diminishing.

    De hysterie in de samenleving, vooral in Duitsland, begint te tanen.

  • Show algorithmically generated translations

Automatic translations of "diminishing" into Dutch

  • Glosbe

    Glosbe Translate
  • Google

    Google Translate

Phrases similar to "diminishing" with translations into Dutch

  • Verkleinde romboëdrisch icosidodecaëder
  • Metagedraaide verkleinde romboëdrisch icosidodecaëder
  • verminderde terts
  • smalle zoom
  • afbreken · afdraaien · afgeven op · afkammen · afkorten · aflaten · afnemen · aftrekken · bekorten · beperken · een streep trekken · excerperen · herleiden · in discrediet brengen · inkorten · inkrimpen · kleiner worden · kleineren · kleinmaken · laten zakken · minder worden · minderen · neerhalen · neerlaten · reduceren · resumeren · ruïneren · samenvatten · slinken · strijken · tanen · te gronde richten · ten val brengen · trekken · vellen · verderven · vereenvoudigen · verflauwen · verkleinen · verlagen · verminderen · vernederen · verootmoedigen · zetten
  • verminderde sext
  • verminderde seconde
  • verminderde kwint
Add

Translations of "diminishing" into Dutch in sentences, translation memory