Translation of "discuss" into Dutch
bespreken, discussiëren, bepraten are the top translations of "discuss" into Dutch.
(obsolete, transitive) To drive away, disperse, shake off. [..]
-
bespreken
verbto converse or debate concerning a particular topic [..]
There is another question too that we must discuss.
Er is nog een vraag die we moeten bespreken.
-
discussiëren
verbto converse or debate concerning a particular topic [..]
We must have the same opportunity as other nationalities to read, discuss and work.
Wij moeten dezelfde kansen hebben als andere nationaliteiten om te lezen, te discussiëren en te werken.
-
bepraten
verbto converse or debate concerning a particular topic
Now if you'll excuse us, my fiancé and I have a few things to discuss.
En als je ons nu even wilt excuseren, wij hebben wat te bepraten nu.
-
Less frequent translations
- bediscussiëren
- discuteren
- behandelen
- debatteren
- overleggen
- van gedachten wisselen
- discussieren
- schudden
- opwinden
- agiteren
- ophitsen
- opruien
- opstoken
- beredeneren
- beraadslagen
- delibereren
- redetwisten
- bekvechten
- converseren
-
Show algorithmically generated translations
Automatic translations of "discuss" into Dutch
-
Glosbe Translate
-
Google Translate
Phrases similar to "discuss" with translations into Dutch
-
spraakmakend
-
discussielijn
-
discussieopmerking
-
in kwestie
-
onderwerp van discussie
-
discussiegroep
-
veelbesproken
-
bediscussiëren · behandelen · bepraten · bespreken · discussiëren · discuteren · toelichten · van gedachten wisselen