Translation of "downsizing" into Dutch

afbouw, bezuiniging, inkrimping are the top translations of "downsizing" into Dutch.

downsizing noun verb grammar

Present participle of downsize. [..]

+ Add

English-Dutch dictionary

  • afbouw

    noun

    In addition to cost-cutting and downsizing, the plan involves comprehensive refocusing and de-risking of all business.

    Naast kostenbesparingen en afslankingen voorziet het herstructureringsplan ook in een ingrijpende heroriëntatie en afbouw van de risico’s van alle activiteiten.

  • bezuiniging

    noun

    Was the... the downsizing at the behest of Mr. Sweeney?

    Was de bezuiniging op het verzoek van Mr. Sweeney?

  • inkrimping

    We'll lose a lot more jobs in a merger than we have in this downsizing.

    We verliezen veel meer banen met een fusie dan we met deze inkrimping hebben.

  • Show algorithmically generated translations

Automatic translations of "downsizing" into Dutch

  • Glosbe

    Glosbe Translate
  • Google

    Google Translate

Phrases similar to "downsizing" with translations into Dutch

  • afbreken · afdanken · afdraaien · afgeven op · afkammen · aflaten · afslanken · afvloeien · een streep trekken · herleiden · in discrediet brengen · inkorten · inkrimpen · kleineren · kleinmaken · laten zakken · neerhalen · neerlaten · reduceren · reorganizeren · ruïneren · strijken · te gronde richten · ten val brengen · trekken · vellen · verderven · vereenvoudigen · verlagen · verminderen · vernederen · verootmoedigen · zetten
Add

Translations of "downsizing" into Dutch in sentences, translation memory