Translation of "enlarge" into Dutch

vergroten, uitbreiden, uitbouwen are the top translations of "enlarge" into Dutch.

enlarge verb grammar

(transitive) To make larger. [..]

+ Add

English-Dutch dictionary

  • vergroten

    verb

    Groter maken.

    Each successive ordinance elevates and enlarges our spiritual purpose, desire, and performance.

    Elke verordening verheft en vergroot onze geestelijke doelgerichtheid, verlangen en prestaties.

  • uitbreiden

    verb

    The group may decide by simple majority to enlarge the membership by inclusion of the deputy members.

    De groep op hoog niveau kan bij gewone meerderheid van stemmen haar samenstelling uitbreiden met de plaatsvervangende leden.

  • uitbouwen

    noun

    I am sure that we can enlarge the trans-European railway corridor network by 2020.

    Ik weet zeker dat we het netwerk van trans-Europese spoorcorridors tegen 2020 kunnen uitbouwen.

  • Less frequent translations

    • uitvergroten
    • toenemen
    • spreiden
    • rekken
    • verwateren
    • ontvouwen
    • strekken
    • besmeren
    • doorsmeren
    • uitspreiden
    • ontrollen
    • versnijden
    • verdunnen
    • uitrollen
    • smeren
    • uitsteken
    • afwikkelen
    • uitstrekken
    • ophouden
    • verruimen
    • groeien
    • aangroeien
    • vermeerderen
    • oprekken
    • verwijden
    • verdikken
    • gedijen
    • stijgen
    • aanwassen
    • aandikken
    • wassen
    • uitleggen
    • dik worden
    • meer gaan betalen
    • opslag geven
    • zich verdikken
    • uitzetten
    • uitdijen
  • Show algorithmically generated translations

Automatic translations of "enlarge" into Dutch

  • Glosbe

    Glosbe Translate
  • Google

    Google Translate

Phrases similar to "enlarge" with translations into Dutch

Add

Translations of "enlarge" into Dutch in sentences, translation memory