Translation of "establish" into Dutch
oprichten, stichten, vaststellen are the top translations of "establish" into Dutch.
establish
verb
grammar
(transitive) To make stable or firm; to confirm. [..]
-
oprichten
verbTo found; to institute [..]
They have established a new government.
Ze hebben een nieuwe regering opgericht.
-
stichten
verbTo form; to set up in business [..]
Father established his business 40 years ago.
Vader stichtte zijn onderneming 40 jaar geleden.
-
vaststellen
verbTo prove and cause to be accepted as true; to establish a fact; to demonstrate [..]
Tom's involvement in the bank robbery is yet to be established.
Of Tom betrokken was bij de bankoverval moet nog vastgesteld worden.
-
Less frequent translations
- vestigen
- bevestigen
- constateren
- inrichten
- bouwen
- funderen
- staven
- baseren
- bevinden
- vormen
- maken
- grondvesten
- bekrachtigen
- aanmaken
- neerzetten
- ingesteld
- instellen
- vastleggen
- installeren
- aanleggen
- introduceren
- uitvoeren
- doen
- bedrijven
- construeren
- erkennen
- fitten
- uitrichten
- vastmaken
- uitbrengen
- z. baseren
- bewijzen
- aantonen
- berusten
- constitueren
- gronden
- tot stand brengen
-
Show algorithmically generated translations
Automatic translations of "establish" into Dutch
-
Glosbe Translate
-
Google Translate
Phrases similar to "establish" with translations into Dutch
-
tot stand komen
-
voedselinstelling
-
totstandbrenging van de vrede
-
zich vestigen
-
Verdrag tot vaststelling van een Grondwet voor Europa
-
recht van vestiging
-
vooraf vastgesteld
-
lokatievaststelling
Add example
Add