Translation of "exasperating" into Dutch
ergerlijk, irritant, onuitstaanbaar are the top translations of "exasperating" into Dutch.
Present participle of exasperate. [..]
-
ergerlijk
adjectiveDat wat tergt, woedend maakt, egert of irriteert.
You're the most exasperating girl I've ever met.
Je bent het meest ergerlijke meisje wat ik ooit ben tegengekomen.
-
irritant
Dat wat tergt, woedend maakt, egert of irriteert.
You are an exasperating woman, Mrs. Palmer.
U bent een irritante vrouw, Mrs Palmer.
-
onuitstaanbaar
adjectiveDat wat tergt, woedend maakt, egert of irriteert.
I'm sure I can be exasperating at times.
Af en toe ben ik onuitstaanbaar.
-
tergend
Dat wat tergt, woedend maakt, egert of irriteert.
The list is long and the Georgians are utterly exasperated.
De lijst is lang en de Georgiërs zijn tot het uiterste getergd.
-
Show algorithmically generated translations
Automatic translations of "exasperating" into Dutch
-
Glosbe Translate
-
Google Translate
Phrases similar to "exasperating" with translations into Dutch
-
geërgerd · verbitterd
-
aanstoot · ergernis · ergernis, verbittering · frustratie · geprikkeldheid · verbittering · verontwaardiging · vertwijfeling
-
aanstoken · aanwakkeren · agaceren · ergeren · irriteren · jennen · koeioneren · kwaad maken · kwellen · op stang jagen · ophitsen · opwinden · opzetten · pesten · plagen · prikkelen · provoceren · razend maken · rechtop zetten · sarren · slechter worden · tarten · tergen · tot het uiterste drijven · tot wanhoop drijven · uitdagen · uitlokken · uittarten · verergeren · verhitten · verontwaardigen · vertoornen · werken op
-
aanstoot · ergernis · ergernis, verbittering · frustratie · geprikkeldheid · verbittering · verontwaardiging · vertwijfeling
-
aanstoken · aanwakkeren · agaceren · ergeren · irriteren · jennen · koeioneren · kwaad maken · kwellen · op stang jagen · ophitsen · opwinden · opzetten · pesten · plagen · prikkelen · provoceren · razend maken · rechtop zetten · sarren · slechter worden · tarten · tergen · tot het uiterste drijven · tot wanhoop drijven · uitdagen · uitlokken · uittarten · verergeren · verhitten · verontwaardigen · vertoornen · werken op