Translation of "expandable" into Dutch
uitbreidbaar is the translation of "expandable" into Dutch.
expandable
noun
adjective
grammar
Having the capacity to be expanded. [..]
-
uitbreidbaar
In staat van uitgebreid te worden.
Make it infinitely expandable and affordable to the poor.
Maakt het oneindig uitbreidbaar en betaalbaar voor de armen.
-
Show algorithmically generated translations
Automatic translations of "expandable" into Dutch
-
Glosbe Translate
-
Google Translate
Phrases similar to "expandable" with translations into Dutch
-
dynamisch expanderende virtuele harde schijf
-
openzetten · strekken · toenemen · uitbreiden · uitzetten · zich uitbreiden
-
geëxpandeerd · uitgebreid · verruimd
-
uitbreiden
-
Expand · afwikkelen · besmeren · doen toenemen · doorsmeren · elaboreren · expanderen · factoriseren · groeien · loskomen · ontbinden in factoren · ontplooien · ontrollen · ontvouwen · ontwikkelen · opentrekken · openzetten · ophouden · rekken · smeren · spreiden · strekken · toenemen · uitbonden · uitbouwen · uitbreiden · uitdijen · uitplooien · uitrollen · uitspreiden · uitsteken · uitstrekken · uitvouwen · uitweiden · uitwerken · uitzetten · verdunnen · vergroten · vermeerderen · verruimen · versnijden · verwateren · zich uitbreiden
-
muuranker
-
expanded memory
-
uitvouwteken
Add example
Add