Translation of "expense" into Dutch
kosten, onkosten, uitgave are the top translations of "expense" into Dutch.
A spending or consuming. Often specifically an act of disbursing or spending funds. [..]
-
kosten
nounEen uitgaande betaling door een zaak of individu gemaakt.
At first, we could make ends meet, but as it continued we became unable to cover our expenses.
In het begin konden we de eindjes aan elkaar knopen maar na verloop van tijd konden we onze kosten niet meer dekken.
-
onkosten
A cost incurred by a business in an attempt to obtain revenue. [..]
Tom tried to cut down on his expenses.
Tom probeerde zijn onkosten te beperken.
-
uitgave
noun femininea spending or consuming; disbursement; expenditure [..]
A bookkeeper computes all the company's income and expenses each week.
Een boekhouder noteert iedere week de inkomsten en de uitgaven van het bedrijf.
-
Less frequent translations
- uitgaven
- uitgaaf
- besteding
- vertering
- koste
- uitweg
- afrit
- uittocht
- exodus
- uitgang
- inspanning
- Uitgaven
-
Show algorithmically generated translations
Automatic translations of "expense" into Dutch
-
Glosbe Translate
-
Google Translate
Phrases similar to "expense" with translations into Dutch
-
reiskosten
-
bijkomende kosten
-
duurst · duurste
-
kostenpost
-
onkostendeclaratie
-
onkostennota · onkostenrekening
-
rechtsbijstandverzekering
-
op kosten van · ten koste van · ten laste van · ten nadele van