Translation of "fasten" into Dutch
vastmaken, bevestigen, vastzetten are the top translations of "fasten" into Dutch.
fasten
verb
grammar
To attach or connect in a secure manner. [..]
-
vastmaken
verbto attach or connect in a secure manner
They may be fastened only at their front and side edges.
Zij mogen alleen met de voorkanten en met de zijkanten worden vastgemaakt.
-
bevestigen
verbThe belt must be firmly fastened around the manikin.
De gordel moet stevig om de proefpop worden bevestigd.
-
vastzetten
All components of the system shall be fastened in a proper way.
Alle onderdelen van de installatie moeten op de juiste wijze worden vastgezet.
-
Less frequent translations
- fixeren
- bepalen
- binden
- verbinden
- vastbinden
- verstevigen
- aandraaien
- knopen
- meren
- aansluiten
- grendelen
- vaststellen
- tuigeren
- onderbinden
- afgrendelen
- aanbinden
- aanknopen
- vastleggen
- hechten
- samenbinden
- sluiten
- vestigen
- vergrendelen
- aanbranden
- bijeenbinden
- vasthaken
- inbinden
- definiëren
- omschrijven
- een knoop leggen
- vastgespen
- vastklemmen
- vastknopen
- aankoeken
- dichtknopen
- samenklemmen
- dichtdoen
- strikken
-
Show algorithmically generated translations
Automatic translations of "fasten" into Dutch
-
Glosbe Translate
-
Google Translate
Phrases similar to "fasten" with translations into Dutch
-
ritssluiting
-
drukker · drukknoop
-
bevestigingspunt
-
aandraaien · aanslaan · bevestigen · meren · vastbinden · vastmaken · vaststellen
-
sluiting
-
rits · ritssluiting
-
Klittenband
-
ritssluiting
Add example
Add