Translation of "flourishing" into Dutch

bloeiend, florissant, ontplooiing are the top translations of "flourishing" into Dutch.

flourishing adjective noun verb grammar

Present participle of flourish. [..]

+ Add

English-Dutch dictionary

  • bloeiend

    adjective

    Civilization has flourished for hundreds of years in this hidden land.

    De beschaving bloeit al honderden jaren in dit verborgen land.

  • florissant

    Well, your practice is still flourishing, I see.

    Met je praktijk gaat't nog steeds florissant, zie ik.

  • ontplooiing

    That is crucial if we want our SMEs to flourish within a healthy competitive environment.

    Dat is cruciaal als we willen dat onze kmo's in een gezonde concurrentieomgeving tot ontplooiing komen.

  • florerend

    I believe that, if we do that, they will flourish far better and live far longer.

    Ik ben van mening dat ze veel beter floreren en veel langer meegaan wanneer we dit doen.

  • Show algorithmically generated translations

Automatic translations of "flourishing" into Dutch

  • Glosbe

    Glosbe Translate
  • Google

    Google Translate

Phrases similar to "flourishing" with translations into Dutch

  • bloeien · floreren · opbloeien · zwaaien
  • agiteren · bloei · bloeien · fanfare · fanfarekorps · floreren · gedijen · gezwaai · krul · ontluiken · opbloeien · openbloeien · opfleuren · ophitsen · opruien · opstoken · opwinden · ornament · schudden · slingeren · swingen · tieren · versiering · vooruitgang · vooruitkomen · welvaren · wuiven · zwaai · zwaaien · zwier
  • agiteren · bloei · bloeien · fanfare · fanfarekorps · floreren · gedijen · gezwaai · krul · ontluiken · opbloeien · openbloeien · opfleuren · ophitsen · opruien · opstoken · opwinden · ornament · schudden · slingeren · swingen · tieren · versiering · vooruitgang · vooruitkomen · welvaren · wuiven · zwaai · zwaaien · zwier
  • agiteren · bloei · bloeien · fanfare · fanfarekorps · floreren · gedijen · gezwaai · krul · ontluiken · opbloeien · openbloeien · opfleuren · ophitsen · opruien · opstoken · opwinden · ornament · schudden · slingeren · swingen · tieren · versiering · vooruitgang · vooruitkomen · welvaren · wuiven · zwaai · zwaaien · zwier
Add

Translations of "flourishing" into Dutch in sentences, translation memory