Translation of "get" into Dutch

krijgen, verkrijgen, halen are the top translations of "get" into Dutch.

get verb noun grammar

(UK) A git . [..]

+ Add

English-Dutch dictionary

  • krijgen

    verb

    receive [..]

    One of the most painful places to get a splinter is under the fingernail.

    De pijnlijkste plek om een splinter te krijgen is onder de vingernagel.

  • verkrijgen

    verb

    receive

    Secondly, we have to introduce better supervision in order to get more reliable data.

    In de tweede plaats moeten wij een betere controle invoeren teneinde betrouwbaardere gegevens te verkrijgen.

  • halen

    verb

    fetch [..]

    If you'll get a needle and thread, I'll sew your button on.

    Als je even een naald en draad haalt, naai ik je knoop weer vast.

  • Less frequent translations

    • worden
    • begrijpen
    • nemen
    • snappen
    • aankomen
    • verstaan
    • behalen
    • pakken
    • maken
    • doen
    • laten
    • aanschaffen
    • raken
    • kopen
    • verwerven
    • bereiken
    • ontvangen
    • slagen
    • doorkomen
    • inhalen
    • klaarspelen
    • buitmaken
    • treffen
    • inslaan
    • komen
    • teisteren
    • winnen
    • verdienen
    • arriveren
    • buit maken
    • reiken tot
    • slagen voor
    • vatten
    • betrekken
    • inkopen
    • afnemen
    • bemachtigen
    • brengen
    • overnemen
    • aanbrengen
    • aankopen
    • overhalen
    • gebeuren
    • ziek worden
    • genieten
    • aannemen
    • oprapen
    • ontbieden
    • toucheren
    • werven
    • aanvatten
    • geraken
    • blijven
    • bezorgen
    • aanwerven
    • bevatten
    • houden
    • uitreiken
    • verschaffen
    • vangen
    • terechtkomen
    • uitstappen
    • meenemen
    • uitkomen
    • deelachtig worden
    • gaan halen
    • laten doen
    • laten komen
    • verstrekken
    • zich voorzien van
    • bekomen
    • overkomen
    • oplopen
    • afhalen
    • jong
    • accepteren
    • volgen
    • leiden
    • aanbelanden
    • aanlanden
    • uitlopen
    • veroorzaken
    • voorvallen
    • aandoen
    • aanrichten
    • voorkomen
    • uitstijgen
    • bemiddelen
    • stichten
    • uitschrijven
    • uittreden
    • beginnen
    • belenden
    • medenemen
    • voorleiden
    • uitgaan
    • vergaderen
    • medebrengen
    • voortspruiten
    • opbrengst
    • get
    • meebrengen
    • beleggen
    • opstaan
    • voeren
    • aandragen
    • besturen
    • voortkomen
    • geleiden
    • aan de hand zijn
    • geschieden
    • grenzen aan
    • leiden tot
    • resulteren
    • teweegbrengen
    • uitdraaien op
    • uitlopen op
    • voortvloeien
    • toekomen
    • starten
    • vernemen
    • bemerken
    • merken
    • aanvangen
    • waarnemen
    • aan boord gaan
    • gewaar worden
  • Show algorithmically generated translations

Automatic translations of "get" into Dutch

  • Glosbe

    Glosbe Translate
  • Google

    Google Translate

Translations with alternative spelling

Get
+ Add

"Get" in English - Dutch dictionary

Currently, we have no translations for Get in the dictionary, maybe you can add one? Make sure to check automatic translation, translation memory or indirect translations.

Images with "get"

Phrases similar to "get" with translations into Dutch

Add

Translations of "get" into Dutch in sentences, translation memory