Translation of "giving" into Dutch

genereus, gul are the top translations of "giving" into Dutch.

giving adjective noun verb grammar

Present participle of give. [..]

+ Add

English-Dutch dictionary

  • genereus

    adjective

    and a more honest and giving and caring man I don't know.

    Een eerlijker, genereuzer en zorgzamer man ken ik niet.

  • gul

    adjective

    It's about being good, and giving and loving.

    Het gaat om aardig en gul zijn voor elkaar.

  • Show algorithmically generated translations

Automatic translations of "giving" into Dutch

  • Glosbe

    Glosbe Translate
  • Google

    Google Translate

Phrases similar to "giving" with translations into Dutch

  • Feedback geven
  • aanbieden · aanbotsen · aandoen · aandraaien · aangeven · aanreiken · aansteken · bedenken · bezorgen · cadeau geven · dealen · doneren · doorbrengen · elasticiteit · geduwd worden · geven · herinneren · indienen · ingeven · inschakelen · lenen · meegeven · noemen · offeren · opbrengen · opgeven · opofferen · overhandigen · presenteren · schakelen · schenken · spelen · te koop aanbieden · toebrengen · toekennen · uitbrengen · uitgaan · uitkomen · uitlopen · uitstappen · uitstijgen · uittreden · verdrijven · verlenen · verstrekken · vertonen · voorgeven · voorstellen · zich stoten
Add

Translations of "giving" into Dutch in sentences, translation memory