Translation of "go down" into Dutch

afdalen, naar beneden gaan, zinken are the top translations of "go down" into Dutch.

go down verb grammar

(transitive) To descend; to move from a higher place to a lower one. [..]

+ Add

English-Dutch dictionary

  • afdalen

    verb

    descend [..]

    Oh, Wilde, tell the villagers they can go down the mountain any time they'd like.

    Wilde, zeg de dorpelingen dat ze de berg nu wel mogen afdalen.

  • naar beneden gaan

    get out of a car

    If we go down, at least we go down with style.

    Als we naar beneden gaan, gaan we alvast naar beneden met stijl.

  • zinken

    verb

    get out of a car

    The ship might go down but at least she'll go down with honor.

    Het schip zinkt misschien, maar het zinkt tenminste met eer.

  • Less frequent translations

    • afgaan
    • bestijgen
    • dalen
    • klimmen
    • naar boven gaan
    • rijzen
    • stijgen
    • uitgaan
    • uitkomen
    • uitlopen
    • uitstappen
    • uitstijgen
    • uittreden
    • verminderen
    • afzakken
    • laten zakken
    • neerlaten
    • strijken
    • vallen
    • vellen
    • verzakken
    • wegzakken
    • zakken
    • afklimmen
    • afkomen
    • declineren
    • neerdalen
    • omlaaggaan
    • ondergaan
    • tot zinken brengen
  • Show algorithmically generated translations

Automatic translations of "go down" into Dutch

  • Glosbe

    Glosbe Translate
  • Google

    Google Translate

Images with "go down"

Phrases similar to "go down" with translations into Dutch

  • afdalen · afvaren · dalen · naar beneden gaan · omlaaggaan · teruglopen · zakken · zinken
  • achteruitgang · afdaling · daling · teruggang · vermindering
  • afzuigen · pijpen
  • Something Heavy Going Down
  • achteruitgang · afdaling · daling · teruggang · vermindering
  • achteruitgang · afdaling · daling · teruggang · vermindering
  • achteruitgang · afdaling · daling · teruggang · vermindering
Add

Translations of "go down" into Dutch in sentences, translation memory