Translation of "grip" into Dutch
grijpen, grip, vastgrijpen are the top translations of "grip" into Dutch.
grip
verb
noun
grammar
(transitive) To take hold, particularly with the hand. [..]
-
grijpen
verb neuterplotseling iets of iemand beetpakken [..]
A cold spell gripped Europe.
De koudegolf heeft Europa in zijn greep gehouden.
-
grip
noun neuterA hold or way of holding, particularly with the hand [..]
Overriding the grip of new or cold tires is a classic novice riding error.
Overschrijden van de grip van nieuwe of te koude banden is een klassieke beginnende bestuurders fout.
-
vastgrijpen
Doubt he got a grip on our suspect.
Ik betwijfel of hij de dader heeft kunnen vastgrijpen.
-
Less frequent translations
- aangrijpen
- bemachtigen
- greep
- handvat
- begrip
- vastpakken
- griep
- pakken
- vat
- vatten
- houvast
- macht
- kolf
- beetpakken
- influenza
- vasthouden
- raken
- inslaan
- teisteren
- treffen
- regering
- vernemen
- bestel
- vangen
- halen
- houding
- merken
- beetnemen
- bewind
- gedrag
- bemerken
- verzorging
- beetkrijgen
- konfiskeren
- meesterschap
- verpleging
- confisqueren
- rondleiding
- heerschappij
- heft
- leiding
- onderhoud
- waarnemen
- bestuur
- gewaar worden
- in beslag nemen
- manieren
- verbeurd verklaren
- boeien
- hendel
- contact
-
Show algorithmically generated translations
Automatic translations of "grip" into Dutch
-
Glosbe Translate
-
Google Translate
Images with "grip"
Phrases similar to "grip" with translations into Dutch
-
formaatgreep
-
aankunnen · iets de baas worden
-
aangrijpend · aanlokkelijk · aantrekkelijk · boeiend · ontroerend · pakkend
-
griptape
-
aangrijpen · bemachtigen · grijpen · nemen · vastgrijpen
-
matched grip
-
greep
-
belangstellend · geboeid · gefascineerd · geïnteresseerd
Add example
Add