Translation of "growing" into Dutch
groeiend, groeiende, toenemende are the top translations of "growing" into Dutch.
growing
adjective
noun
verb
grammar
Present participle of grow. [..]
-
groeiend
adjectivethat grows
If you shave your hair, it will grow back thicker.
Als je je haar scheert, groeit het weer dikker terug.
-
groeiende
adjectiveApparently drugs were a growing problem in that school.
Drugs vormden blijkbaar een groeiend probleem op die school.
-
toenemende
adjectiveAt the time, the market in question was experiencing a growing number of restructuring and merger operations.
De markt in kwestie werd in die periode gekenmerkt door een toenemend aantal reorganisaties en verdergaande concentratie.
-
Show algorithmically generated translations
Automatic translations of "growing" into Dutch
-
Glosbe Translate
-
Google Translate
Phrases similar to "growing" with translations into Dutch
-
aanbouwen · aangroeien · aankweken · aanwassen · accelereren · afwikkelen · bebouwen · beduiden · beschaven · bespoedigen · doen groeien · duidelijk maken · gebeuren · gedijen · groeien · groter worden · in kassen kweken · kweken · laten groeien · meer gaan betalen · murw maken · nasynchroniseren · ontplooien · ontrollen · ontstaan · ontwarren · ontwikkelen · openbaren · opslag geven · raken · stijgen · telen · toegaan · toenemen · uitbouwen · uitbreiden · uitdijen · uitgroeien · uitleggen · uitrollen · uitzetten · vegeteren · verbouwen · verdubbelen · vergroten · verhaasten · verhelderen · verklaren · vermeerderen · versnellen · voortgang hebben · wassen · worden
-
afslanken · afvallen · uitteren · vermageren
-
verzuren · zuur worden
-
rijpen
-
opgroeien
-
verpauperen
-
bleek worden
-
vergrijzen
Add example
Add