Translation of "have" into Dutch
hebben, krijgen, zijn are the top translations of "have" into Dutch.
have
verb
noun
grammar
(transitive) To possess, own, hold. [..]
-
hebben
verb pto possess [..]
Monkeys kill people too, but only if they have guns.
Apen doden ook mensen, maar alleen als ze pistolen hebben.
-
krijgen
verbgive birth to
If you eat that much, you'll have a stomachache.
Als je zoveel eet, dan krijg je buikpijn hoor.
-
zijn
verb masculineauxiliary used in forming the perfect and the past perfect tenses
Smartphones would have seemed like science fiction ten years ago.
Smartphones zouden tien jaar geleden net sciencefiction zijn.
-
Less frequent translations
- moeten
- erop nahouden
- ontvangen
- genieten
- toucheren
- nemen
- gebruiken
- bezitten
- dragen
- drinken
- bedriegen
- heb
- houden
- aannemen
- pakken
- vasthouden
- ontnemen
- accepteren
- bijhouden
- laten
- bevallen
- baren
- onderscheppen
- verongelukken
- benemen
- hebt
-
Show algorithmically generated translations
Automatic translations of "have" into Dutch
-
Glosbe Translate
-
Google Translate
Phrases similar to "have" with translations into Dutch
-
We Have the Facts and We’re Voting Yes
-
afzien
-
belang hebben bij
-
een hekel hebben aan
-
gelukkig · toevallig
-
een appeltje met iemand te schillen hebben · met iemand een appeltje te schillen hebben
-
souperen
Add example
Add