Translation of "impair" into Dutch
beschadigen, verzwakken, verslechteren are the top translations of "impair" into Dutch.
to weaken; to affect negatively; to have a diminishing effect on. [..]
-
beschadigen
verbhave a diminishing effect on
The restoration of impaired soils shall be promoted.
Het herstel van beschadigde bodems moet worden bevorderd.
-
verzwakken
verbhave a diminishing effect on
Gunshot wound to the chest, causing bleeding into the lung and a tracheal wound that would've impaired breathing.
Schotwond in de borst die een longbloeding veroorzaakte, en een keelwond die de ademhaling verzwakte.
-
verslechteren
verbhave a diminishing effect on
The Commission must prove that the irrigation plans impair such areas’ function as a habitat for protected birds.
De Commissie moet bewijzen dat het irrigatieproject deze gebieden in hun functie als habitat voor beschermde vogels verslechtert.
-
Less frequent translations
- toetakelen
- aantasten
- bederven
- schenden
- havenen
- stukmaken
- benadelen
-
Show algorithmically generated translations
Automatic translations of "impair" into Dutch
-
Glosbe Translate
-
Google Translate
Phrases similar to "impair" with translations into Dutch
-
aangetast · beschadigd · verminderd · verslechterd · verstoord · verzwakt
-
functiebeperking
-
Cerebrale visuele inperking
-
doof · dove
-
aandoening · afbreuk · belemmering · beperking · beschadiging · defect · deficit · flauwheid · gebrek · gebrekkigheid · handicap · invaliditeit · kwaal · nadeel · nederlaag · ongezondheid · schade · stoornis · strop · verlies · verliezen · verslechtering · verzwakking · zachtheid · ziekte · zwakheid · zwakte
-
ernstige spraak- en taalmoeilijkheden
-
gehoorgestoord · slechthorend
-
doofheid · gehoorschade · slechthorendheid