Translation of "inciter" into Dutch
aanzetter, agitator are the top translations of "inciter" into Dutch.
inciter
noun
grammar
One who incites. [..]
-
aanzetter
-
agitator
-
Show algorithmically generated translations
Automatic translations of "inciter" into Dutch
-
Glosbe Translate
-
Google Translate
Phrases similar to "inciter" with translations into Dutch
-
aandrijven · aangrijpen · aanhitsen · aanmoedigen · aansporen · aanstoken · aanvuren · aanwakkeren · aanzetten · agaceren · agiteren · bespreken · bewegen · de sporen geven · discuteren · dooreenhalen · ergeren · irriteren · ontroeren · op stang jagen · ophitsen · opjutten · opruien · opstoken · opwekken · opwinden · plagen · porren · prikkelen · provoceren · sarren · schudden · slingeren · stimuleren · swingen · tarten · tergen · uitdagen · uitlokken · uittarten · van gedachten wisselen · van zijn stuk brengen · verduisteren · verontwaardigen · vertroebelen · verwarren · verwisselen · zwaaien · zwepen
-
aandrang · aandrift · aansporing · drang · drijfveer · impuls · instigatie · oproeping · opwelling · prikkel · prikkeling · sommatie · stimulatie · stuwing · verzoek
-
medelijden opwekken
-
aanzetten · op stang jagen · ophitsen · opruien · opwinden · prikkelen · uitdagen · uitlokken
-
aansporen
-
aandrijven · aangrijpen · aanhitsen · aanmoedigen · aansporen · aanstoken · aanvuren · aanwakkeren · aanzetten · agaceren · agiteren · bespreken · bewegen · de sporen geven · discuteren · dooreenhalen · ergeren · irriteren · ontroeren · op stang jagen · ophitsen · opjutten · opruien · opstoken · opwekken · opwinden · plagen · porren · prikkelen · provoceren · sarren · schudden · slingeren · stimuleren · swingen · tarten · tergen · uitdagen · uitlokken · uittarten · van gedachten wisselen · van zijn stuk brengen · verduisteren · verontwaardigen · vertroebelen · verwarren · verwisselen · zwaaien · zwepen
-
aandrang · aandrift · aansporing · drang · drijfveer · impuls · instigatie · oproeping · opwelling · prikkel · prikkeling · sommatie · stimulatie · stuwing · verzoek
-
aandrijven · aangrijpen · aanhitsen · aanmoedigen · aansporen · aanstoken · aanvuren · aanwakkeren · aanzetten · agaceren · agiteren · bespreken · bewegen · de sporen geven · discuteren · dooreenhalen · ergeren · irriteren · ontroeren · op stang jagen · ophitsen · opjutten · opruien · opstoken · opwekken · opwinden · plagen · porren · prikkelen · provoceren · sarren · schudden · slingeren · stimuleren · swingen · tarten · tergen · uitdagen · uitlokken · uittarten · van gedachten wisselen · van zijn stuk brengen · verduisteren · verontwaardigen · vertroebelen · verwarren · verwisselen · zwaaien · zwepen
Add example
Add