Translation of "insurance" into Dutch
verzekering, assurantie, garantie are the top translations of "insurance" into Dutch.
A means of indemnity against a future occurrence of an uncertain event. [..]
-
verzekering
nounovereenkomst waarmee men zorgt voor vergoeding van schade, diefstal e.d. door het betalen van een premie aan degene die verzekert [..]
This insurance is provided by six fisheries insurance associations covering the whole of Finland.
De verzekering wordt aangeboden door zes visserijverzekeringsmaatschappijen die het hele grondgebied van Finland bestrijken.
-
assurantie
in the case of co-insurance, the undertaking's portion of total premiums;
in geval van co-assurantie, het aandeel van de verzekeringsonderneming in het totaal van de premies;
-
garantie
nounAn insurance policy in case Tamsin didn't pan out.
Een extra garantie voor het geval Tamsin het niet kon doorzetten.
-
Show algorithmically generated translations
Automatic translations of "insurance" into Dutch
-
Glosbe Translate
-
Google Translate
Translations with alternative spelling
"Insurance" in English - Dutch dictionary
Currently, we have no translations for Insurance in the dictionary, maybe you can add one? Make sure to check automatic translation, translation memory or indirect translations.
Phrases similar to "insurance" with translations into Dutch
-
verzekeringsuitkering
-
inboedelverzekering
-
verzekeringsdekking
-
assureren · behoeden · beloven · beschermen · betuigen · beveiligen · borg staan voor · borgen · coveren · doen in verzekeringen · garanderen · in veiligheid brengen · nakomen · naleven · sponsoren · toezeggen · uitloven · uitvoeren · veilig stellen · veiligstellen · verrichten · vervullen · verzeggen · verzekeren · voltrekken · vrijwaren · waarborgen · zeker stellen
-
schadeclaim · schadegeval · verzekeringsclaim
-
groepsverzekering
-
arbeidsongeschiktheidsverzekering · invaliditeitsverzekering