Translation of "intimidation" into Dutch
intimidatie, bangmakerij, bedreiging are the top translations of "intimidation" into Dutch.
The act of making timid or fearful or of deterring by threats; the state of being intimidated; as, the voters were kept from the polls by intimidation. [..]
-
intimidatie
nounact of making timid or fearful [..]
Responsible for the use of violence across Syria and intimidation and torture of protestors.
Verantwoordelijk voor het gewelddadig optreden in heel Syrië en voor de intimidatie en foltering van demonstranten.
-
bangmakerij
They're trying to scare me, intimidate me.
Het is gewoon bangmakerij. Weet je?
-
bedreiging
noun feminineMoreover, we no longer have to worry about interrogations, arrests, or intimidation!
Bovendien hoeven we ons geen zorgen meer te maken over verhoren, arrestaties of bedreigingen!
-
Less frequent translations
- dreiging
- dreigement
-
Show algorithmically generated translations
Automatic translations of "intimidation" into Dutch
-
Glosbe Translate
-
Google Translate
Phrases similar to "intimidation" with translations into Dutch
-
aanmanen · aansporen · angst aanjagen · bang maken · bang zijn voor · beangstigen · bedreigen · beknorren · berispen · beïndrukken · brullen · bulderen · daveren · dreigen · duchten · een standje geven · imponeren · impressioneren · inschuchteren · intimideren · loeien · manen · ontmoedigen · schromen · terechtwijzen · terugschrikken voor · uitkafferen · verschrikken · verwijten · vrees aanjagen · vrezen
-
angstaanjagend · bedreigend · dreigend · intimiderend · schrikaanjagend
-
intimideren
-
intimidator
-
geïntimideerd
-
geïntimideerd
-
angstaanjagend · bedreigend · dreigend · intimiderend · schrikaanjagend
-
aanmanen · aansporen · angst aanjagen · bang maken · bang zijn voor · beangstigen · bedreigen · beknorren · berispen · beïndrukken · brullen · bulderen · daveren · dreigen · duchten · een standje geven · imponeren · impressioneren · inschuchteren · intimideren · loeien · manen · ontmoedigen · schromen · terechtwijzen · terugschrikken voor · uitkafferen · verschrikken · verwijten · vrees aanjagen · vrezen