Translation of "keep" into Dutch

houden, blijven, behouden are the top translations of "keep" into Dutch.

keep verb noun grammar

(transitive) to maintain possession of [..]

+ Add

English-Dutch dictionary

  • houden

    verb

    to maintain the condition of; to preserve [..]

    I'll definitely keep my windows and doors locked.

    Ik zal sowieso mijn ramen en deuren dicht houden.

  • blijven

    verb

    Can I finish talking even once, or do you want to keep interrupting me?

    Kan je me één keer laten uitspreken of blijf je me onderbreken?

  • behouden

    verb

    to remain in, to be confined to [..]

    Well, you know, a girl's got to keep some mystery.

    Wel, een meisje moet toch een beetje mysterie behouden.

  • Less frequent translations

    • bewaren
    • bergen
    • fokken
    • onderhouden
    • toekijken
    • aanhouden
    • nakomen
    • bewaken
    • toezien
    • naleven
    • overhouden
    • redden
    • vervolgen
    • waarnemen
    • opfokken
    • doorgaan
    • vasthouden
    • voortgaan
    • voortzetten
    • hoeden
    • vervullen
    • conserveren
    • donjon
    • telen
    • observeren
    • voltrekken
    • opkweken
    • gadeslaan
    • uitvoeren
    • verrichten
    • de wacht hebben
    • verder gaan met
    • waken over
    • standhouden
    • voortduren
    • duren
    • beklijven
    • handhaven
    • behoeden
    • beschermen
    • onderhoud
    • tegenhouden
    • vrijwaren
    • ophalen
    • verheffen
    • tillen
    • oprichten
    • beuren
    • bijhouden
    • heffen
    • hebben
    • bijwerken
    • ophouden
    • verhinderen
    • stoppen
    • verblijven
    • dragen
    • opsluiten
    • opbergen
    • gehoorzamen
    • beloven
    • registreren
    • overblijven
    • vieren
    • beveiligen
    • boeken
    • slottoren
    • garanderen
    • waarborgen
    • steunen
    • toeven
    • dempen
    • vullen
    • schragen
    • toezeggen
    • verwerkelijken
    • invullen
    • doorvoeren
    • resten
    • aantekenen
    • betuigen
    • bewerkstelligen
    • resteren
    • wonen
    • spekken
    • uitloven
    • assureren
    • bergvrede
    • supplementeren
    • verzeggen
    • voleinden
    • volschenken
    • ruggesteunen
    • schoren
    • sponsoren
    • volmaken
    • completeren
    • vastleggen
    • verzekeren
    • aanvullen
    • realiseren
    • ondersteunen
    • verwezenlijken
    • borg staan voor
    • in veiligheid brengen
    • tot stand brengen
    • veilig stellen
    • binden
    • dringen
    • drukken
    • behartigen
    • insluiten
    • wegbergen
    • aandrukken
    • verdichten
    • knellen
    • aaneensluiten
    • persen
    • opwinden
    • pressen
    • spannen
    • bijschuiven
    • wegsluiten
    • uitrekken
    • strekken
    • nauwer aanhalen
  • Show algorithmically generated translations

Automatic translations of "keep" into Dutch

  • Glosbe

    Glosbe Translate
  • Google

    Google Translate

Images with "keep"

Phrases similar to "keep" with translations into Dutch

Add

Translations of "keep" into Dutch in sentences, translation memory