Translation of "leave" into Dutch

verlaten, vertrekken, weggaan are the top translations of "leave" into Dutch.

leave verb noun grammar

(transitive) To give (something) to someone; to deliver (something) to a repository; to deposit. [..]

+ Add

English-Dutch dictionary

  • verlaten

    verb

    To depart from, end one's connection or affiliation with [..]

    Sometimes they leave the monastery to stroll through the city.

    Nu en dan verlaten ze het klooster om door de stad te wandelen.

  • vertrekken

    verb

    To depart (intransitive) [..]

    Can you please tell me what time the train leaves?

    Kunt u me zeggen wanneer de trein vertrekt, alstublieft?

  • weggaan

    verb

    To depart (intransitive) [..]

    Tom wanted both of them to leave.

    Tom wilde dat ze allebei weggingen.

  • Less frequent translations

    • laten
    • verlof
    • achterlaten
    • nalaten
    • toestemming
    • afreizen
    • toelaten
    • loslaten
    • zich verwijderen
    • overlaten
    • beëindigen
    • op reis gaan
    • vrijaf
    • deponeren
    • uitgaan
    • uitlopen
    • uitkomen
    • afgaan
    • afvaren
    • vakantie
    • opstappen
    • overdragen
    • uittreden
    • opgeven
    • permissie
    • uitstappen
    • in de steek laten
    • laten begaan
    • laten schieten
    • laten varen
    • overblijven
    • uitstijgen
    • klimmen
    • ophouden
    • vergunning
    • afgeven
    • zinken
    • gaan
    • rijzen
    • bestijgen
    • afdalen
    • gelaten
    • een
    • geven
    • op
    • ontslag
    • stijgen
    • uitvaren
    • afmonstering
    • wegrijden
    • aangeven
    • naar beneden gaan
    • naar boven gaan
    • wijken
    • afstaan
    • verdrijven
    • brengen
    • doorbrengen
    • congé
    • inhalen
    • machtiging
    • leiden
    • toekennen
    • volgen
    • mandaat
    • starten
    • toebrengen
    • inschakelen
    • weggeven
    • volmacht
    • bevoegdheid
    • verlenen
    • aansteken
    • stempel
    • aandoen
    • bestellen
    • vergeven
    • behalen
    • afleveren
    • opbrengen
    • bereiken
    • aanreiken
    • licentie
    • schakelen
    • verklikken
    • doctoraal
    • doneren
    • aanbotsen
    • belenden
    • tijgen
    • wegschenken
    • losbranden
    • aandraaien
    • afrijden
    • toevoeren
    • uitvallen
    • afvuren
    • klikken
    • voortspruiten
    • voortkomen
    • schenken
    • toegeven
    • resulteren
    • aanbrengen
    • besturen
    • geleiden
    • leveren
    • voeren
    • wegtrekken
    • voortvloeien
    • aan de gang brengen
    • afstand doen van
    • geduwd worden
    • grenzen aan
    • leiden tot
    • op weg gaan
    • over zijn
    • reiken tot
    • smeren
    • uitdraaien op
    • uitlopen op
    • vrije tijd
    • zich stoten
    • verwijderen
    • buitenkomen
    • toevertrouwen
    • evacueren
    • buitengaan
    • heengaan
    • uitwijken
    • drukken
    • verzenden
    • stempelen
    • telegraferen
    • wegreizen
    • inleggen
    • uitoefenen
    • invloed
    • in bewaring geven
    • thuis laten
  • Show algorithmically generated translations

Automatic translations of "leave" into Dutch

  • Glosbe

    Glosbe Translate
  • Google

    Google Translate

Translations with alternative spelling

Leave
+ Add

"Leave" in English - Dutch dictionary

Currently, we have no translations for Leave in the dictionary, maybe you can add one? Make sure to check automatic translation, translation memory or indirect translations.

Images with "leave"

Phrases similar to "leave" with translations into Dutch

Add

Translations of "leave" into Dutch in sentences, translation memory