Translation of "living" into Dutch
levend, levensonderhoud, levendig are the top translations of "living" into Dutch.
living
adjective
noun
verb
grammar
Present participle of live. [..]
-
levend
adjective(to) live (alive)
I wonder if I have any reason to live.
Ik vraag mij af of ik een reden heb om te leven.
-
levensonderhoud
noun neuterJunko still depends on her parents for her living expenses.
Junko is voor haar levensonderhoud nog steeds afhankelijk van haar ouders.
-
levendig
adjectiveThis street is lively.
Deze straat is levendig.
-
Less frequent translations
- levenswijze
- leven
- bestaan
- wakker
- living
- inkomen
- bestaand
- in leven
-
Show algorithmically generated translations
Automatic translations of "living" into Dutch
-
Glosbe Translate
-
Google Translate
Phrases similar to "living" with translations into Dutch
-
Instant Live
-
actief · actueel · beleven · bestaan · bewonen · brandend · direct · druk · echt · ervaren · existeren · gevestigd zijn · huizen · in leven · inwonen · krachtig · leven · levend · levende · levendig · lewen · live · ondervinden · overleven · rechtstreeks · resideren · rondhangen · scherp · scherpe · uithouden · verblijven · verderleven · voortbestaan · wonen · woon-
-
Windows Live OneCare
-
Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden
-
You Only Live Twice
Add example
Add