Translation of "make" into Dutch
maken, doen, bedrijven are the top translations of "make" into Dutch.
make
verb
noun
grammar
(intransitive, now mostly colloquial) To behave, to act. [..]
-
maken
verbto indicate or suggest to be [..]
If you make a mess, clean it up.
Als je er een boeltje van maakt, ruim het op.
-
doen
verbto force to do [..]
You can't make me do anything I don't want to do.
Je kan me niets laten doen dat ik niet wil doen.
-
bedrijven
verb nounIets doen, bedrijven of volbrengen.
Make love, not war!
Bedrijf de liefde, niet de oorlog.
-
Less frequent translations
- aanmaken
- brengen
- vormen
- uitvoeren
- laten
- denken
- bouwen
- uitbrengen
- uitrichten
- merk
- interpreteren
- scheppen
- fabriceren
- soort
- stevenen
- afstevenen
- vervaardigen
- verdienen
- dwingen
- koersen
- laten doen
- klaarmaken
- produceren
- creëren
- construeren
- aanleggen
- installeren
- fitten
- bereiden
- fabricaat
- koken
- machen
- maaksel
- natuur
- treffen
- ertoe brengen
- veroorzaken
- slagen
- aard
- bouw
- teweegbrengen
- voortbrengen
- aanrichten
- Make
- uitlokken
- lichaamsbouw
- bereiken
- opmaken
- model
- samenstellen
- schatten
- kakken
- plassen
- effectueren
- schijten
- ramen
- urineren
- poepen
- taxeren
- pissen
- zeiken
- gissen
- wateren
- zich ontlasten
-
Show algorithmically generated translations
Automatic translations of "make" into Dutch
-
Glosbe Translate
-
Google Translate
Images with "make"
Phrases similar to "make" with translations into Dutch
-
Make-A-Wish Foundation
-
Born to Make You Happy
-
arbeiden · inspannen · streven
Add example
Add