Translation of "marry" into Dutch
trouwen, huwen, in de echt verbinden are the top translations of "marry" into Dutch.
marry
interjection
verb
grammar
(intransitive) To enter into the conjugal or connubial state; to take a husband or a wife. [from 14th c.] [..]
-
trouwen
verbto unite in wedlock [..]
They sleep in separate bedrooms even though they're married.
Ze slapen in aparte kamers, hoewel ze getrouwd zijn.
-
huwen
verbto unite in wedlock [..]
I am married and I have two sons.
Ik ben gehuwd en heb twee zonen.
-
in de echt verbinden
verbto unite in wedlock
-
Less frequent translations
- uithuwelijken
- in het huwelijk treden
- zich in de echt verbinden
- de man worden van
- de vrouw worden van
- trouwen met
- paren
- tot vrouw nemen
-
Show algorithmically generated translations
Automatic translations of "marry" into Dutch
-
Glosbe Translate
-
Google Translate
Phrases similar to "marry" with translations into Dutch
-
Peggy Sue Got Married
-
echtparen
-
Just Married
-
trouw met mij
-
marrie
-
huwen · in de echt verbinden · in het huwelijk treden · trouwen · uithuwelijken
-
getrouwde naam
-
echtgenoot · getrouwde man
Add example
Add