Translation of "mated" into Dutch

mated adjective verb grammar

Simple past tense and past participle of mate. [..]

+ Add

English-Dutch dictionary

  • getrouwd, een paar

  • Show algorithmically generated translations

Automatic translations of "mated" into Dutch

  • Glosbe

    Glosbe Translate
  • Google

    Google Translate

Phrases similar to "mated" with translations into Dutch

  • Maté · amice · copuleren · coïteren · echtelieden · echtgenoot · gabber · gast · geestverwant · gemaal · gemeenschap hebben · genoot · gezel · gezellin · helper · kameraad · koppelen · maat · maat(je) · maatje · makker · man · mannetje · maté · medestander · officier · paren · paringsgezel · partner · schaakmat · scheepsmaat · stuurman · trouwen · verenigen · vriend · vrind · vrouw · wijfje · zich verenigen
  • boezemvriend · geestverwant · zielsverwant
  • mate-themes
  • narrenmat
  • copulatie · geslachtsdaad · geslachtsgemeenschap · huwelijk · paren · paring
  • bronst · bronstijd · bronsttijd · paartijd
  • leeftijdgenoot
  • teamgenoot
Add

Translations of "mated" into Dutch in sentences, translation memory