Translation of "obliging" into Dutch
bereidvaardig, bereidwillig, dienstwillig are the top translations of "obliging" into Dutch.
obliging
adjective
verb
grammar
Happy and ready to do favours for others. [..]
-
bereidvaardig
adjective -
bereidwillig
adjectiveHis reply was courteous and obliging, albeit rather reserved.
Zijn antwoord was vriendelijk en bereidwillig, maar wel erg afhoudend.
-
dienstwillig
adjective
-
Less frequent translations
- toeschietelijk
- voorkomend
- attent
- schikkelijk
- welwillend
- dienstvaardig
- vriendelijk
- gedienstig
- verplichtend
- inschikkelijk
-
Show algorithmically generated translations
Automatic translations of "obliging" into Dutch
-
Glosbe Translate
-
Google Translate
Phrases similar to "obliging" with translations into Dutch
-
beroep wegens niet-nakomen
-
dwingen · gehouden · noodzaken · onontbeerlijk · verplicht · verplichten
-
wettelijk verplicht
-
registratieplicht
-
alimentatieplicht
-
bedankt · dank je · dank u · dankjewel · hartelijk dank
-
dankbaar · erkentelijk · gehouden · genoodzaakt · verplicht · verschuldigd
-
aan zich verplichten · aanbrengen · aandoen · aanslaan · aantrekken · belasten · belasting heffen op · de goedheid hebben · dwingen · een plezier doen · forceren · noodzaken · opbrengen · opdringen · opleggen · veraccijnzen · verbinden · verplichten · zich opdringen
Add example
Add