Translation of "obtainable" into Dutch

verkrijgbaar, beschikbaar, toegankelijk are the top translations of "obtainable" into Dutch.

obtainable adjective grammar

Capable of being obtained or procured. [..]

+ Add

English-Dutch dictionary

  • verkrijgbaar

    adjective

    capable of being obtained

    If so, which ones and where can I obtain them?

    Zo ja, welke en waar zijn de resultaten daarvan verkrijgbaar?

  • beschikbaar

    adjective

    capable of being obtained

    Inexpensive phonographs and projection equipment could also be obtained.

    Er waren ook goedkope grammofoons en projectie-uitrustingen beschikbaar.

  • toegankelijk

    adjective

    The review shall use publicly available knowledge obtained from the application of such legislation.

    Bij de herziening wordt gebruikgemaakt van openbaar toegankelijke kennis die is verkregen bij de toepassing van die wetgeving.

  • Less frequent translations

    • bereikbaar
    • genaakbaar
  • Show algorithmically generated translations

Automatic translations of "obtainable" into Dutch

  • Glosbe

    Glosbe Translate
  • Google

    Google Translate

Phrases similar to "obtainable" with translations into Dutch

  • aanbrengen · aankopen · aanschaffen · aanwerven · afnemen · behalen · bekomen · bereiken · buit maken · buitmaken · deelachtig worden · gelden · halen · heersen · inkopen · kopen · krijgen · ontvangen · opstaan · overnemen · verdienen · verkrijgen · verschaffen · verwerven · werven · winnen
  • aanwinst · acquisitie · buit · prooi · verkrijging · verwerving
  • behalen · buit maken · verkrijgen · verwerven
  • verworven
  • inkoop
  • aanbrengen · aankopen · aanschaffen · aanwerven · afnemen · behalen · bekomen · bereiken · buit maken · buitmaken · deelachtig worden · gelden · halen · heersen · inkopen · kopen · krijgen · ontvangen · opstaan · overnemen · verdienen · verkrijgen · verschaffen · verwerven · werven · winnen
  • aanbrengen · aankopen · aanschaffen · aanwerven · afnemen · behalen · bekomen · bereiken · buit maken · buitmaken · deelachtig worden · gelden · halen · heersen · inkopen · kopen · krijgen · ontvangen · opstaan · overnemen · verdienen · verkrijgen · verschaffen · verwerven · werven · winnen
  • behalen · buit maken · verkrijgen · verwerven
Add

Translations of "obtainable" into Dutch in sentences, translation memory