Translation of "occasion" into Dutch

gebeurtenis, gelegenheid, voorval are the top translations of "occasion" into Dutch.

occasion verb noun grammar

Need; requirement, necessity. [from 16th c.] [..]

+ Add

English-Dutch dictionary

  • gebeurtenis

    noun feminine

    happening

    The royal wedding was a magnificent occasion.

    De koninklijke bruiloft was een prachtige gebeurtenis.

  • gelegenheid

    noun feminine

    favorable opportunity [..]

    His speech was not very becoming to the occasion.

    Zijn toespraak was niet erg gepast voor de gelegenheid.

  • voorval

    noun neuter

    happening

    I have been knocked unconscious on four separate occasions.

    Ik ben in vier verschillende voorvallen bewusteloos geraakt.

  • Less frequent translations

    • keer
    • aanleiding
    • maal
    • veroorzaken
    • noodzaak
    • gebeuren
    • behoefte
    • incident
    • geval
    • omstandigheid
    • reden
    • grond
    • occasion
  • Show algorithmically generated translations

Automatic translations of "occasion" into Dutch

  • Glosbe

    Glosbe Translate
  • Google

    Google Translate

Phrases similar to "occasion" with translations into Dutch

  • bij gelegenheid van · in geval van · naar aanleiding van
  • bij gelegenheid · bijwijlen · eens · nu en dan · op een keer
  • bij voorkomende gelegenheden · eventueel · mogelijkerwijs
  • bijzondere gebeurtenis · bijzondere gelegenheid · speciale gelegenheid
  • bij gelegenheid · bijwijlen · eens · nu en dan · op een keer
  • bij gelegenheid · bijwijlen · eens · nu en dan · op een keer
  • bijzondere gebeurtenis · bijzondere gelegenheid · speciale gelegenheid
Add

Translations of "occasion" into Dutch in sentences, translation memory