Translation of "occurence" into Dutch

gebeurtenis, incident, gebeuren are the top translations of "occurence" into Dutch.

occurence noun

Common misspelling of occurrence. [..]

+ Add

English-Dutch dictionary

  • gebeurtenis

    noun feminine

    The estimates often need to be revised as events occur and uncertainties are resolved.

    De schattingen moeten vaak worden herzien op het moment dat dergelijke gebeurtenissen zich voordoen en onzekerheden worden opgelost.

  • incident

    noun neuter

    As far as you're concerned, this incident never occurred.

    Wat jou betreft, is dit incident nooit voorgevallen.

  • gebeuren

    noun neuter

    When the big earthquake occurred, I was just ten.

    Toen de grote aardbeving gebeurde, was ik pas tien jaar.

  • Less frequent translations

    • voorval
    • geval
    • gelegenheid
  • Show algorithmically generated translations

Automatic translations of "occurence" into Dutch

  • Glosbe

    Glosbe Translate
  • Google

    Google Translate

Phrases similar to "occurence" with translations into Dutch

  • gebeurtenis
  • voorkomende
  • aan de hand zijn · aanbelanden · aanbieden · aankomen · aanlanden · afspelen · arriveren · bereiken · doorkomen · gebeuren · geschieden · invallen · klaarspelen · opkomen · optreden · overkomen · plaatsvinden · slagen · slagen voor · terechtkomen · verschijnen · voordoen · voorkomen · voorvallen · zich · zich voordoen
  • aan de hand zijn · gebeuren · geschieden · voorkomen · voorvallen · zich voordoen
  • fout opgetreden
  • Het kwam bij me op..
  • met tussenpozen werken
  • gebeurd
Add

Translations of "occurence" into Dutch in sentences, translation memory