Translation of "offer" into Dutch
aanbieden, aanbod, bod are the top translations of "offer" into Dutch.
offer
verb
noun
grammar
A proposal that has been made. [..]
-
aanbieden
verbplace at disposal [..]
I would offer you a coffee if you had the time.
Ik zou je een koffie aanbieden als je tijd had.
-
aanbod
noun neuterproposal [..]
They made me an offer I couldn't refuse.
Men heeft mij een aanbod gedaan dat ik niet kon weigeren.
-
bod
noun neuterlaw: invitation to enter binding contract [..]
The price follows the principle of the best offer price.
De prijs wordt vastgelegd op basis van het beginsel van de prijs van het beste bod.
-
Less frequent translations
- voorstellen
- presenteren
- aanbieding
- voorstel
- aanzoek
- indienen
- offerte
- vertonen
- bieden
- offreren
- offeren
- huwelijksaanzoek
- schenken
- opofferen
- te koop aanbieden
- uitloven
- spelen
- voordragen
- voorslaan
- intekenen
- presentatie
- wijden
- opdragen
- zegenen
- optreden
- toewijden
- inwijden
- inzegenen
- spanderen
- geven
- consecreren
- consacreren
- aanvoeren
- voorstelling
- spenderen
- voorslag
- uitvoering
- cadeau geven
- een offerte maken voor
- inschrijven
- plaatsen
- weggeven
- anbieden
-
Show algorithmically generated translations
Automatic translations of "offer" into Dutch
-
Glosbe Translate
-
Google Translate
Phrases similar to "offer" with translations into Dutch
-
Euribor
-
aanbieden · presenteren
-
Votiefgave
-
een offerte maken voor
-
jobaanbieding · werkaanbod
-
zoenoffer
-
beursgang · beursintroductie · primaire emissie
-
aanbieder
Add example
Add