Translation of "order" into Dutch

orde, bevelen, order are the top translations of "order" into Dutch.

order verb noun grammar

To set in (any) order (1). [..]

+ Add

English-Dutch dictionary

  • orde

    noun feminine

    good arrangement [..]

    I want you to put the room in order quickly.

    Ik wens dat ge de kamer vlug in orde brengt.

  • bevelen

    verb

    to issue a command

    The king ordered that the prisoner should be set free.

    De koning gaf het bevel dat de gevangene vrijgelaten moest worden.

  • order

    noun masculine

    command [..]

    When I give an order I would like it to be executed!

    Wanneer ik een order geef wil ik dat het wordt uitgevoerd!

  • Less frequent translations

    • bestelling
    • bestellen
    • bevel
    • ordenen
    • volgorde
    • commanderen
    • gelasten
    • gebod
    • voorschrijven
    • rangorde
    • bevelschrift
    • verordenen
    • verordening
    • verordonneren
    • aanvoeren
    • aanvragen
    • sommeren
    • aanvraag
    • sommatie
    • opdracht
    • kloosterorde
    • opeenvolging
    • ridderorde
    • opdragen
    • aaneenschakeling
    • stand
    • ereteken
    • decoratie
    • het bevel voeren
    • soort
    • recept
    • dienstbevel
    • regelmaat
    • tot de orde
    • verzoeken
    • vragen
    • commando
    • regelen
    • rangschikken
    • rang
    • schikken
    • ruimen
    • ordening
    • beschikken
    • plaatsen
    • gebieden
    • stemmen
    • leiden
    • inrichten
    • Orde
    • vastleggen
    • reglementeren
    • vereffenen
    • Ordening
    • reguleren
    • opruimen
    • terechtbrengen
    • rondleiden
    • klasse
    • geleiden
    • ordeteken
    • de weg wijzen
    • orde van verdienste
    • mandaat
    • volmacht
    • lastbrief
    • dicteren
    • club
    • sociëteit
    • edict
  • Show algorithmically generated translations

Automatic translations of "order" into Dutch

  • Glosbe

    Glosbe Translate
  • Google

    Google Translate

Translations with alternative spelling

Order noun

(usually plural) the status or rank or office of a Christian clergyman in an ecclesiastical hierarchy; "theologians still disagree over whether `bishop' should or should not be a separate Order"

+ Add

"Order" in English - Dutch dictionary

Currently, we have no translations for Order in the dictionary, maybe you can add one? Make sure to check automatic translation, translation memory or indirect translations.

Images with "order"

Phrases similar to "order" with translations into Dutch

Add

Translations of "order" into Dutch in sentences, translation memory