Translation of "picked up" into Dutch
bijgekomen, opgehaald, opgepakt are the top translations of "picked up" into Dutch.
picked up
verb
Simple past tense and past participle of pick up. [..]
-
bijgekomen
participleHammers would pick up random kids, feed them fish and chips, make them feel special.
Hammers liet er willekeurig kinderen bijkomen, gaf ze fish and chips, zorgde ervoor dat ze zich speciaal voelden.
-
opgehaald
participleCan you help pick up?
Kun je helpen met het ophalen?
-
opgepakt
participleSo which is worse? pick up the phone or don' t pick up the phone?
Wat is erger, de telefoon wel of niet oppakken?
-
Show algorithmically generated translations
Automatic translations of "picked up" into Dutch
-
Glosbe Translate
-
Google Translate
Phrases similar to "picked up" with translations into Dutch
-
aanvatten · afhalen · de draad oppakken · gaan halen · halen · innen · komen halen · nemen · oogsten · ophalen · oppakken · oprapen · pakken · plukken · rapen · vatten · versnellen · verzamelen
-
opnemen
-
aanleren · aannemen · aanpappen · aanvatten · accepteren · afhalen · beuren · collecteren · contact zoeken · flirten · gaan halen · groeperen · halen · innen · inzamelen · komen halen · krijgen · leren · medebrengen · medenemen · meebrengen · meenemen · nemen · ontdekken · ontvangen · oogsten · opeenhopen · opeenstapelen · ophalen · ophopen · opknappen · oplichten · opnemen · oppakken · oprapen · opstapelen · optillen · optrekken · pakken · plukken · rapen · sprokkelen · stapelen · tassen · terechtwijzen · terugvinden · tillen · vatten · vergaderen · versnellen · verzamelen · vinden
-
opnemen
-
steken opnemen
-
opnemen
-
Ingaan op · Opmerken
-
aanleren · aannemen · aanpappen · aanvatten · accepteren · afhalen · beuren · collecteren · contact zoeken · flirten · gaan halen · groeperen · halen · innen · inzamelen · komen halen · krijgen · leren · medebrengen · medenemen · meebrengen · meenemen · nemen · ontdekken · ontvangen · oogsten · opeenhopen · opeenstapelen · ophalen · ophopen · opknappen · oplichten · opnemen · oppakken · oprapen · opstapelen · optillen · optrekken · pakken · plukken · rapen · sprokkelen · stapelen · tassen · terechtwijzen · terugvinden · tillen · vatten · vergaderen · versnellen · verzamelen · vinden
Add example
Add