Translation of "pile-up" into Dutch

kettingbotsing, opeenstapeling are the top translations of "pile-up" into Dutch.

pile-up noun grammar

(idiomatic) (colloquial) A traffic accident or collision involving multiple vehicles. [..]

+ Add

English-Dutch dictionary

  • kettingbotsing

    Eyewitnesses describe her leaping from car to car leading to high-speed collisions and multiple pile-ups.

    Ooggetuigen beschrijven hoe zij van auto naar auto springt wat leid tot aanrijdingen en vele kettingbotsingen.

  • opeenstapeling

    The result was that the rate of budgetary implementation was slow overall and unclosed Protocols piled up.

    Dat leidt tot een doorgaans trage uitvoering van de begroting en een opeenstapeling van niet-beëindigde protocollen.

  • Show algorithmically generated translations

Automatic translations of "pile-up" into Dutch

  • Glosbe

    Glosbe Translate
  • Google

    Google Translate

Phrases similar to "pile-up" with translations into Dutch

  • accumuleren · opeenhopen · opeenstapelen · ophopen · opstapelen · stapelen · tassen
  • opgestapeld
  • accumuleren · acumuleren · afhalen · collecteren · groeperen · innen · inzamelen · medebrengen · medenemen · meebrengen · meenemen · oogsten · op een stapel zetten · opeenhopen · opeenstapelen · ophopen · opstapelen · plukken · rapen · stapelen · tassen · vergaderen · verzamelen
  • accumuleren · acumuleren · afhalen · collecteren · groeperen · innen · inzamelen · medebrengen · medenemen · meebrengen · meenemen · oogsten · op een stapel zetten · opeenhopen · opeenstapelen · ophopen · opstapelen · plukken · rapen · stapelen · tassen · vergaderen · verzamelen
  • accumuleren · acumuleren · afhalen · collecteren · groeperen · innen · inzamelen · medebrengen · medenemen · meebrengen · meenemen · oogsten · op een stapel zetten · opeenhopen · opeenstapelen · ophopen · opstapelen · plukken · rapen · stapelen · tassen · vergaderen · verzamelen
  • accumuleren · acumuleren · afhalen · collecteren · groeperen · innen · inzamelen · medebrengen · medenemen · meebrengen · meenemen · oogsten · op een stapel zetten · opeenhopen · opeenstapelen · ophopen · opstapelen · plukken · rapen · stapelen · tassen · vergaderen · verzamelen
Add

Translations of "pile-up" into Dutch in sentences, translation memory