Translation of "piss" into Dutch
pissen, pis, piesen are the top translations of "piss" into Dutch.
piss
verb
noun
grammar
(vulgar) Urine. [..]
-
pissen
verburinate [..]
Now I know another tortured genius who pisses on everyone from his high horse.
Nu ken ik nog een gekrengd genie die op iedereen pist vanaf zijn hoge paard.
-
pis
noun masculineurine [..]
Now I know another tortured genius who pisses on everyone from his high horse.
Nu ken ik nog een gekrengd genie die op iedereen pist vanaf zijn hoge paard.
-
piesen
verburinate [..]
Tell your gods that Crixus pisses upon them.
Vertel je goden, dat Crixus op hen piest.
-
Less frequent translations
- plassen
- plas
- urine
- urineren
- een plas doen
- pipi doen
- zeek
- zeiken
- miegen
- wateren
-
Show algorithmically generated translations
Automatic translations of "piss" into Dutch
-
Glosbe Translate
-
Google Translate
Images with "piss"
Phrases similar to "piss" with translations into Dutch
-
pijpenstelen regenen · regenen dat het giet
-
piesen · pissen · plassen · zeiken
-
boos · kwaad · nijdig · pissig
-
flikker op · ga weg · hoepel op · opdonderen · opflikkeren · ophoepelen · ophoeren · oplazeren · oppleuren · oprotten · opsodeflikkeren · opsodemieteren · optiefen · rot op · sodemieter op · wegwezen
-
beneveld · beschonken · bezopen · dronken · kachel · teut · zat
-
piesen · pissen · plassen · zeiken
-
piesen · pissen · plassen · zeiken
Add example
Add