Translation of "possessing" into Dutch

bezittend, bezitten are the top translations of "possessing" into Dutch.

possessing verb

Present participle of possess. [..]

+ Add

English-Dutch dictionary

  • bezittend

    verb

    present participle of possess

    Portugal has decriminalized the personal possession of drugs.

    Portugal heeft het persoonlijk bezit van drugs gedecriminaliseerd.

  • bezitten

    verb

    Portugal has decriminalized the personal possession of drugs.

    Portugal heeft het persoonlijk bezit van drugs gedecriminaliseerd.

  • Show algorithmically generated translations

Automatic translations of "possessing" into Dutch

  • Glosbe

    Glosbe Translate
  • Google

    Google Translate

Phrases similar to "possessing" with translations into Dutch

  • possessiefsuffix
  • bezittingen · boeltje · eigendom · eigendommen · goed · goederen
  • bezeten · bezetene · gedreven
  • beheersen · bezit nemen van · bezitten · erop nahouden · hebben · rijk zijn
  • bezittelijk voornaamwoord · niet-zelfstandig bezittelijk voornaamwoord · possessief pronomen
  • bezitten · erop nahouden
  • Possessive · bezittelijk · bezittelijk voornaamwoord · bezittelijke · bezitterig · bezitterige · genitief · hebberig · possessief · tweede naamval
  • bezetenheid · bezit · bezitting · bezittingen · eigendom · goed · possessie · possession · vermogen
Add

Translations of "possessing" into Dutch in sentences, translation memory