Translation of "run-up" into Dutch
aanloop, stijging, toename are the top translations of "run-up" into Dutch.
run-up
noun
grammar
(UK) A period of time just before an important event. [..]
-
aanloop
noun masculinethe approach run of a highjumper or other athlete in order to gather speed or momentum [..]
Did you see anything in the run-up to the moment of death?
Zag je iets in de aanloop naar het sterfmoment?
-
stijging
noun femininean increase in the value or amount of something
We want to see your trading records of your traders who took large profits from the soy run-up.
We willen weten of je koopmannen veel winst hebben gemaakt door de soja-stijging.
-
toename
noun verb femininean increase in the value or amount of something
-
toeloop
noun verb
-
Show algorithmically generated translations
Automatic translations of "run-up" into Dutch
-
Glosbe Translate
-
Google Translate
Phrases similar to "run-up" with translations into Dutch
-
aanloop · hijsen · ophijsen · oplopen · toeloop · toelopen · toeschieten · toesnellen
-
aangrijpen · beetkrijgen · beetnemen · behalen · bemachtigen · bemerken · bereiken · confisqueren · doorkomen · gewaar worden · grijpen · halen · houwen · in beslag nemen · inhalen · inslaan · klaarspelen · klappen · kloppen · konfiskeren · meppen · merken · opvallen · pakken · raken · reiken tot · slaan · slagen · slagen voor · teisteren · treffen · vangen · vastgrijpen · vastpakken · vatten · verbeurd verklaren · vernemen · waarnemen
Add example
Add