Translation of "send" into Dutch

verzenden, zenden, sturen are the top translations of "send" into Dutch.

send verb noun grammar

To make something (such as an object or message) go from one place to another. [..]

+ Add

English-Dutch dictionary

  • verzenden

    verb

    make something go somewhere [..]

    Do you want to send a message?

    Wil je een bericht verzenden?

  • zenden

    verb

    make something go somewhere [..]

    I can't promise a reply, but you can send mail to me.

    Ik beloof niet dat ik zal antwoorden, maar je kunt me een berichtje zenden.

  • sturen

    verb

    make something go somewhere [..]

    It is very kind of you to send me such a nice present.

    Het is erg aardig van je om me zo'n mooi cadeau te sturen.

  • Less frequent translations

    • opsturen
    • doen toekomen
    • opzenden
    • expediëren
    • versturen
    • afzenden
    • stuur
    • uitzenden
    • doorzenden
    • adresseren
    • doorverwijzen
    • schieten
    • gooien
    • doen gaan
    • consigneren
  • Show algorithmically generated translations

Automatic translations of "send" into Dutch

  • Glosbe

    Glosbe Translate
  • Google

    Google Translate

Translations with alternative spelling

Send
+ Add

English-Dutch dictionary

  • Send

    Send (Surrey)

    She uses a company called World Send to pass them to someone.

    Ze gebruikt de firma World Send als doorgeefluik.

Phrases similar to "send" with translations into Dutch

  • Send Marsh
  • afpoeieren · afschepen · de deur wijzen
  • afdanken · deporteren · wegsturen
  • aanhouden · afdanken · afkeuren · afmonsteren · afslaan · afstoten · afwijzen · braken · ciseleren · doorsturen · doorzenden · draaien · heruitzenden · het oneens zijn · keren · kotsen · mengen · mixen · nee zeggen tegen · omdraaien · omkeren · ontslaan · ontzenuwen · ontzetten · overgeven · refereren · reflecteren · retourneren · ronddraaien · royeren · spiegelen · spugen · temperen · terugbezorgen · terugbrengen · terugdringen · teruggooien · terugkaatsen · terugsturen · terugwerpen · terugwijzen · terugzenden · uitdrijven · uitstellen · verdagen · verdrijven · verdringen · verduwen · vergooien · verjagen · vermengen · verschuiven · vertikken · verwarren · verwerpen · verwijzen · vomeren · wassen · weerkaatsen · weerleggen · weerspiegelen · wegdrijven · wegdringen · wegduwen · weggooien · wegjagen · wegstoten · wegwerpen · weigeren · wenden · wentelen · weren · wraken · zwenken
  • Send in the Boys
Add

Translations of "send" into Dutch in sentences, translation memory