Translation of "shaking" into Dutch
trilling, bevend, bibberend are the top translations of "shaking" into Dutch.
shaking
noun
verb
grammar
Present participle of shake. [..]
-
trilling
nounYou get the red eyes and the shakes when your body rejects the growth hormones.
Je krijgt die rode ogen en de trillingen, als je lichaam de groeihormonen afstoot.
-
bevend
particleLicht en onregelmatig vibrerend.
Sometimes my hands shake.
Soms beven mijn handen.
-
bibberend
particleLicht en onregelmatig vibrerend.
After half an hour of this, he began to shake with the cold.
Dat ging zo een half uurtje door en hij begon te bibberen van de kou.
-
Less frequent translations
- bibberig
- trillend
- vibratie
-
Show algorithmically generated translations
Automatic translations of "shaking" into Dutch
-
Glosbe Translate
-
Google Translate
Phrases similar to "shaking" with translations into Dutch
-
Schalie · afschudden · beven · beving · bibberen · doen schudden · doen wankelen · handdruk · hobbelen · horten · huiveren · ijzen · onthutsen · opschudden · opwinden · prikkelen · roeren · ruk · schok · schokken · schommelen · schudden · schudding · shake · stoten · trillen · trilling · uitschudden · verwikken · verwrikken · vibreren · wankelen · wrikken
-
het hoofd schudden · hoofd schudden · nee schudden
-
beven · doen wankelen · opschudden · schokken · schudden · stoten · wrikken
-
aandrukken · aaneensluiten · bergen · bijschuiven · binden · de hand schudden · dringen · drukken · handen schudden · insluiten · knellen · nauwer aanhalen · opbergen · opsluiten · opwinden · persen · pressen · spannen · strekken · uitrekken · verdichten · wegbergen · wegsluiten
-
schud om te starten
-
Shake
-
de hand schudden · handen geven
-
afpersen
Add example
Add