Translation of "skill" into Dutch
vaardigheid, bekwaamheid, handigheid are the top translations of "skill" into Dutch.
(transitive) To set apart; separate. [..]
-
vaardigheid
noun femininecapacity to do something well [..]
I need to learn these skills.
Ik moet deze vaardigheden aanleren.
-
bekwaamheid
noun femininecapacity to do something well [..]
And soon you may improve your skill so much that your flower arranging will be an art.
En spoedig zult u uw bekwaamheid zozeer verbeterd hebben dat uw bloemschikken is geworden tot echte bloemsierkunst.
-
handigheid
noun feminineDe capaciteit om iets goed te doen. Ze worden meestal verworven of geleerd, in tegenstelling tot capaciteiten, die vaak als aangeboren worden beschouwd.
With your body and my skill, we'll kill'em.
Met jouw lichaam en mijn handigheid, zullen we ze doden.
-
Less frequent translations
- bedrevenheid
- slag
- kunde
- vermogen
- vlugheid
- kennis
- capaciteit
- kunnen
- competentie
- behendigheid
- wetenschap
- verstand
- macht
- relatie
- kennen
- weten
- besef
- ervaring
- bewustzijn
- bekendheid
- bekende
- kenvermogen
- medeweten
- bezinning
- deskundigheid
- talent
- techniek
- expertise
- begaafdheid
- vakkennis
- kundigheid
- gave
- geschiktheid
- vernuft
- aanleg
- habiliteit
-
Show algorithmically generated translations
Automatic translations of "skill" into Dutch
-
Glosbe Translate
-
Google Translate
Phrases similar to "skill" with translations into Dutch
-
taalbeheersing
-
circusvaardigheden
-
mensenkennis
-
basisvaardigheden
-
behendigheidsspel
-
vaardigheidshiaatanalyse
-
vaardigheden
-
motoriek