Translation of "slashing" into Dutch
split, verpletterend are the top translations of "slashing" into Dutch.
slashing
noun
adjective
verb
grammar
Present participle of slash. [..]
-
split
decorative slit cut in any part of a garment, especially sleeves and legs, to reveal an inner garment or lining
-
verpletterend
particleThere cannot be a happy end, for claw will slash and tooth will rend.
Er kan geen gelukkig eind zijn, want de klauw zal verscheuren en de tand verpletteren.
-
Show algorithmically generated translations
Automatic translations of "slashing" into Dutch
-
Glosbe Translate
-
Google Translate
Phrases similar to "slashing" with translations into Dutch
-
Schuine streep · afhalen · afkraken · afnemen · afpakken · afsnijden · afsteken · aftellen · aftrekken · breukstreep · hakken · houw · houwen · inhouden · jaap · korten · ophaal · rissen · ritsen · schuine streep · slaan · slag · slash · snee · snijden · splitsen · weghalen · wegnemen
-
brandlandbouw · hakken en branden
-
Hack and slash
-
afkraken
-
breukstreep · schuine streep · slash
-
snijdend wapen
-
pissen · plassen · urineren · wateren · zeiken
-
Slash
Add example
Add