Translation of "starting" into Dutch
beginnend, start are the top translations of "starting" into Dutch.
starting
noun
adjective
verb
grammar
Present participle of start. [..]
-
beginnend
particleThe whole audience got up and started to applaud.
Het hele publiek stond op en begon te applaudisseren.
-
start
nouneen begin ergens van
The car failing to start, we went by bus.
Omdat de auto niet startte, zijn we met de bus gegaan.
-
Show algorithmically generated translations
Automatic translations of "starting" into Dutch
-
Glosbe Translate
-
Google Translate
Phrases similar to "starting" with translations into Dutch
-
zachte start
-
An End Has A Start
-
met horten en stoten
-
Een audiogesprek starten...
-
10.aanvang · 11.aanhef · 12.starten · aan de praat krijgen · aan komen lopen · aan land gaan · aan wal komen · aanbreken · aanhaken · aanhef · aankaarten · aanklampen · aanpakken · aansnijden · aanspreken · aanzetten tot · activeren · afgaan · afrijden · afrit · afvaart · afvaren · afvuren · beginnen met · binnengaan · een aanvang nemen · enteren · entree · het initiatief nemen tot · ingaan · initiatief · intrede · inzet · landen · losbranden · ondernemingslust · ontstaan · oorsprong · op gang brengen · op weg gaan · opspringen · opstaan · opstappen · opvliegen · toetreden · uitlopen · uitvaren · van start gaan · vertrek · wegrijden · zich verwijderen
Add example
Add