Translation of "startling" into Dutch

ontstellend, verrassend, opzienbarend are the top translations of "startling" into Dutch.

startling adjective noun verb grammar

Present participle of startle. [..]

+ Add

English-Dutch dictionary

  • ontstellend

    adjective

    He announced a startling event —Babylon’s fall from grace!

    Hij kondigde een ontstellende gebeurtenis aan — Babylons val uit haar positie van gunst!

  • verrassend

    adjective

    And the foretold destruction will come with startling suddenness.

    En deze voorzegde vernietiging zal verrassend plotseling komen.

  • opzienbarend

    adjective

    But even more startling, perhaps, was the fact that the peoples were good mathematicians.

    Maar nog opzienbarender was wellicht het feit dat de Afrikanen zulke goede wiskundigen waren.

  • abominabel

    adjective
  • Show algorithmically generated translations

Automatic translations of "startling" into Dutch

  • Glosbe

    Glosbe Translate
  • Google

    Google Translate

Phrases similar to "startling" with translations into Dutch

  • opschrikken
  • geschrokken · ontzet · opgeschrokken · schrokken
  • schrikreflex
  • afschrikken · bang maken · bang zijn voor · beangstigen · doen schrikken · duchten · laten schrikken · onthutsen · ontstellen · ontzetten · opschrikken · schrikken · schromen · terugschrikken voor · verbazen · verbijsteren · verbluffen · verdoven · verrassen · verschrikken · vrees aanjagen · vrezen
  • afschrikken · bang maken · bang zijn voor · beangstigen · doen schrikken · duchten · laten schrikken · onthutsen · ontstellen · ontzetten · opschrikken · schrikken · schromen · terugschrikken voor · verbazen · verbijsteren · verbluffen · verdoven · verrassen · verschrikken · vrees aanjagen · vrezen
  • afschrikken · bang maken · bang zijn voor · beangstigen · doen schrikken · duchten · laten schrikken · onthutsen · ontstellen · ontzetten · opschrikken · schrikken · schromen · terugschrikken voor · verbazen · verbijsteren · verbluffen · verdoven · verrassen · verschrikken · vrees aanjagen · vrezen
  • opschrikken
Add

Translations of "startling" into Dutch in sentences, translation memory